De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 18 februari j.l. ingestemd met het reserveren van een bedrag van 2.4 miljoen euro voor de realisatie van de plannen in de Afbramerij. Daarmee komt de restauratie en inrichting zoals neergelegd in het Realisatieplan Sciencentrum Vakmanschap binnen ons gezichtsveld. Op basis van deze gemeentelijke beslissing wordt nu ook het net uitgegooid in andere subsidievijvers.
In deze periode maak ik ook een rondgang langs allerlei partijen die zich in een eerder stadium gemeld hebben als mede-exploitant. Met bedrijven die voorop lopen maken we plannen voor de inrichting van de Wereld van de Techniek en het Kenniscentrum, met Breekijzer, Henk Welling en Cees Pronk sleutelen we aan een stevige inbreng van kunstenaars.
In april levert dit een concreet Plan van Eisen voor de inrichting op, waarmee in de restauratiefase rekening gehouden kan worden.
En zo stond er op zaterdag 20 maart een 'breed overleg' van Oudheidkundige Vereniging, werkgroep IJzerexpositie en Nederlands IJzermuseum op de rol.
Een memorabele bijeenkomst werd het, waarin de vele vrijwilligers die straks zo'n essentiele rol zullen spelen in de dagelijkse drukte in de Afbramerij, zich uitgebreid in de plannen verdiepten. Waarin - onder de bezielende gespreksleiding van Rob de Redelijkheid- een punt gezet werd achter verschillen van inzicht die in de voorbije periode geregeld opspeelden. Plannen werden gesmeed hoe we met elkaar kunnen optrekken binnen het kader dat er nu ligt. Waarin OVGG-voorzitter Ben Rouwhorst de aanwezigen opriep tot 'ploeggeest': 'Optimisme en enthousiasme zijn de benen van het leven'.
Al dit jaar zullen de bezoekers van de expositie ‘IJzer in de Regio in het voormalige Dru-complex merken dat we met elkaar van nu af aan een geleidelijke overstap maken van de huidige situatie naar een breed en volwaardig Nederlands IJzermuseum.
zondag 21 maart 2010
dinsdag 26 januari 2010
Agenda
Het project De Afbramerij wordt besproken op:
zaaterdag 20 maart 09.30 uur
Overleg Oudheidkundige Vereniging, Werkgroep IJzerexpositie en Nederlands IJzermuseum
donderdag 25 maart 12.30 uur
Breekijzer
maandag 12 april 16.00 uur
ACT-bijeenkomst
zaaterdag 20 maart 09.30 uur
Overleg Oudheidkundige Vereniging, Werkgroep IJzerexpositie en Nederlands IJzermuseum
donderdag 25 maart 12.30 uur
Breekijzer
maandag 12 april 16.00 uur
ACT-bijeenkomst
zondag 10 januari 2010
Kinderen en jongeren interesseren voor techniek, dat kan beter!...
In kort bestek het unieke van de aanpak die ons voor ogen staat.
1. Jonger beginnen
In Nederland besteden we pas aan het eind van de basisschool aandacht aan het stimuleren van belangstelling voor techniek. Het interessepatroon van kinderen is dan echter al behoorlijk gevormd.
Wij kiezen voor een andere aanpak: spelenderwijs beginnen vanaf 4 jaar, rommelen met materialen, en pas geleidelijk aan focussen op educatieve doelstellingen.
2. Techniek is veel breder dan je denkt
Kinderen kunnen hun eigen belangstelling en competentie het best ontwikkelen bij een breed aanbod. Techniek is niet alleen ‘betatechniek’: ook aan de kunst komt veel techniek te pas. Wij gaan een breed scala van technieken aanbieden waar kinderen ervaring mee kunnen opdoen: van werken met steen en hout tot puntlassen, van druktechniek tot elektrotechniek, etc.
Niet alleen technici maar ook kunstenaars gaan in de begeleiding een hoofdrol vervullen.
3. Bedrijven kunnen zelf de toepassing laten zien
Nederlandse sciencecentra en techniekmusea beperken zich sterk tot het demonstreren van en werken met basisprincipes uit de natuurwetenschappen. De doorwerking naar school- en beroepskeuze is daarom zwak.
Bedrijven uit de Achterhoek zijn in ons techniekcentrum coproducent: we laten bijvoorbeeld zien en ervaren dat er in de Achterhoek 42 onderdelen van de mobiele telefoon gemaakt worden, en de interactieve opstellingen voor jongeren zijn op dergelijke aansprekende toepassingen gericht.
Waarom in de Achterhoek?
De reacties vanuit landelijke organisaties voor (innovatie) beroepsonderwijs op onze aanpak zijn positief.
De Achterhoek is in deze wereld echter nog te veel buiten beeld.
Wij pleiten ervoor de landelijke betekenis van ons initiatief te erkennen. Juist in deze regio is de maakindustrie nog sterk vertegenwoordigd, en er is een grote behoefte aan personeel en vooral aan hoger opgeleiden. Bovendien:
- kunnen we hier goed laten zien hoe innovatie van de industrie plaatsvindt, op de grondvesten van de vroegere ijzerindustrie (‘leren van de Engelsen’)
- is hier aansluiting mogelijk op de Route Industriekultur, die voor zoveel toeristische impulsen gezorgd heeft (‘samenwerken met de Duitsers’).
1. Jonger beginnen
In Nederland besteden we pas aan het eind van de basisschool aandacht aan het stimuleren van belangstelling voor techniek. Het interessepatroon van kinderen is dan echter al behoorlijk gevormd.
Wij kiezen voor een andere aanpak: spelenderwijs beginnen vanaf 4 jaar, rommelen met materialen, en pas geleidelijk aan focussen op educatieve doelstellingen.
2. Techniek is veel breder dan je denkt
Kinderen kunnen hun eigen belangstelling en competentie het best ontwikkelen bij een breed aanbod. Techniek is niet alleen ‘betatechniek’: ook aan de kunst komt veel techniek te pas. Wij gaan een breed scala van technieken aanbieden waar kinderen ervaring mee kunnen opdoen: van werken met steen en hout tot puntlassen, van druktechniek tot elektrotechniek, etc.
Niet alleen technici maar ook kunstenaars gaan in de begeleiding een hoofdrol vervullen.
3. Bedrijven kunnen zelf de toepassing laten zien
Nederlandse sciencecentra en techniekmusea beperken zich sterk tot het demonstreren van en werken met basisprincipes uit de natuurwetenschappen. De doorwerking naar school- en beroepskeuze is daarom zwak.
Bedrijven uit de Achterhoek zijn in ons techniekcentrum coproducent: we laten bijvoorbeeld zien en ervaren dat er in de Achterhoek 42 onderdelen van de mobiele telefoon gemaakt worden, en de interactieve opstellingen voor jongeren zijn op dergelijke aansprekende toepassingen gericht.
Waarom in de Achterhoek?
De reacties vanuit landelijke organisaties voor (innovatie) beroepsonderwijs op onze aanpak zijn positief.
De Achterhoek is in deze wereld echter nog te veel buiten beeld.
Wij pleiten ervoor de landelijke betekenis van ons initiatief te erkennen. Juist in deze regio is de maakindustrie nog sterk vertegenwoordigd, en er is een grote behoefte aan personeel en vooral aan hoger opgeleiden. Bovendien:
- kunnen we hier goed laten zien hoe innovatie van de industrie plaatsvindt, op de grondvesten van de vroegere ijzerindustrie (‘leren van de Engelsen’)
- is hier aansluiting mogelijk op de Route Industriekultur, die voor zoveel toeristische impulsen gezorgd heeft (‘samenwerken met de Duitsers’).
