zondag 10 januari 2010

Kinderen en jongeren interesseren voor techniek, dat kan beter!...

In kort bestek het unieke van de aanpak die ons voor ogen staat.

1. Jonger beginnen
In Nederland besteden we pas aan het eind van de basisschool aandacht aan het stimuleren van belangstelling voor techniek. Het interessepatroon van kinderen is dan echter al behoorlijk gevormd.
Wij kiezen voor een andere aanpak: spelenderwijs beginnen vanaf 4 jaar, rommelen met materialen, en pas geleidelijk aan focussen op educatieve doelstellingen.

2. Techniek is veel breder dan je denkt
Kinderen kunnen hun eigen belangstelling en competentie het best ontwikkelen bij een breed aanbod. Techniek is niet alleen ‘betatechniek’: ook aan de kunst komt veel techniek te pas. Wij gaan een breed scala van technieken aanbieden waar kinderen ervaring mee kunnen opdoen: van werken met steen en hout tot puntlassen, van druktechniek tot elektrotechniek, etc.
Niet alleen technici maar ook kunstenaars gaan in de begeleiding een hoofdrol vervullen.

3. Bedrijven kunnen zelf de toepassing laten zien
Nederlandse sciencecentra en techniekmusea beperken zich sterk tot het demonstreren van en werken met basisprincipes uit de natuurwetenschappen. De doorwerking naar school- en beroepskeuze is daarom zwak.
Bedrijven uit de Achterhoek zijn in ons techniekcentrum coproducent: we laten bijvoorbeeld zien en ervaren dat er in de Achterhoek 42 onderdelen van de mobiele telefoon gemaakt worden, en de interactieve opstellingen voor jongeren zijn op dergelijke aansprekende toepassingen gericht.

Waarom in de Achterhoek?

De reacties vanuit landelijke organisaties voor (innovatie) beroepsonderwijs op onze aanpak zijn positief.
De Achterhoek is in deze wereld echter nog te veel buiten beeld.
Wij pleiten ervoor de landelijke betekenis van ons initiatief te erkennen. Juist in deze regio is de maakindustrie nog sterk vertegenwoordigd, en er is een grote behoefte aan personeel en vooral aan hoger opgeleiden. Bovendien:
- kunnen we hier goed laten zien hoe innovatie van de industrie plaatsvindt, op de grondvesten van de vroegere ijzerindustrie (‘leren van de Engelsen’)
- is hier aansluiting mogelijk op de Route Industriekultur, die voor zoveel toeristische impulsen gezorgd heeft (‘samenwerken met de Duitsers’).